4.2 Beveiliging door 30 mA aardlekschakelaar


Vraag:

Wij zijn bezig met de uitbreiding van een bakkerij. Ik wil een nieuwe onderverdeelkast plaatsen in de aanbouw. Ik moet één krachtgroep verzorgen voor de aansluitkast van de nieuwe baktunnels. Moet deze krachtgroep achter een aardlekschakelaar worden gezet? Dezelfde vraag heb ik voor de aparte krachtgroep voor de koelcel. De aansluitkast hiervan wordt door een derde geleverd. Wij moeten alleen de voedingskabel aanleveren en afmonteren in de aansluitkast.

 

Antwoord:

Het toepassen van aardlekschakelaars is verplicht in ruimten met onder andere een woonfunctie. Tevens zijn er nog andere ruimten waarvoor het toepassen van aardlekbeveiligingen verplicht is. De bakkerij kan worden gezien als een gewone ruimte. Indien aan de bepalingen tegen bescherming van zowel direct als indirect aanrakingsgevaar kan worden voldaan is geen aanvullende aardlekbeveiliging nodig. Dus een voldoende lage aardverspreidingsweerstand is wel noodzakelijk!


Vraag:

De fabriek waarin wij werken is ongeveer twintig jaar geleden gebouwd. De elektrische installatie is uitgevoerd met een PEN-geleider, dus de nul hangt aan de aarde. Als wij werkzaamheden in de fabriek hebben met elektrisch handgereedschap koppelen wij een paddestoel aan een WCD die is beveiligd met een installatie automaat. Volgens de laatste richtlijnen moet deze voorzien zijn van een aardlek schakelaar. Dit werkt echter niet als aan de voedende zijde de nul aan aarde ligt. Kunt u mij hierover adviseren?

 

Antwoord:

Bij koppeling van de nul en de beschermingsleiding heeft men te maken met een zogeheten TN-stelsel. In de verdeelinrichtingen of groepenkasten waarop de wandcontactdozen zijn aangesloten, is er al een scheiding tussen de nul en de beschermingsleiding doorgevoerd. Een scheiding of splitsing zal altijd worden doorgevoerd. De beveiliging in de verdeelinrichting of groepenkast kan bestaan uit schroefpatronen of installatie-automaten. De desbetreffende installatie zal te allen tijde dubbelpolig kunnen worden afgeschakeld. Tot zover de opbouw van de installatie.
Vanaf de verdeelinrichting of groepenkast zal in elk geval met een drie-aderige leiding de wandcontactdoos zijn aangesloten. De paddestoel kan hierop gewoon worden aangesloten, zelfs met aardlekschakelaar. Indien alle apparatuur die op de paddestoel wordt aangesloten in orde is, is er niets aan de hand en zal de aardlekschakelaar niet uitschakelen. Indien een fout in de installatie aanwezig is in de vorm van isolatiefout nul-aarde zal de aardlekbeveiliging uitschakelen. Het is heel iets anders als de PEN-leiding geheel is door gevoerd naar de desbetreffende contactdoos, hetgeen trouwens niet is toegestaan. De PE- en de nulleiding worden veelal na de voeding gesplitst. Als ik de leeftijd van de installatie in ogenschouw neemt is dit hier ook het geval.


Vraag:

Ik heb een vraag over wandcontactdozen op labtafels en zuurkasten. Ik zie in NEN 1010-7:2000 blz. 111 staan dat de volgende delen nog in voorbereiding zijn:


Voor ruimten in laboratoria is op dit moment dus niets bekend, maar wanneer er verplaatsbare meetinstrumenten en hun bijbehoren worden gebruikt en deze zijn niet van klasse II, dan moeten deze volgens rubriek 8.722.3.2.1 punt c) worden aangesloten op eindgroepen die zijn aangesloten op aardlekschakelaars met een nominale stroom van ten hoogste 30 mA. Mijn vraag is of dit dan ook voor de instrumenten geldt die op labtafels en zuurkasten worden gebruikt en niet van klasse II zijn?

 

Antwoord:

Ja, de conclusie is juist. Indien kan worden gegarandeerd dat alleen klasse II apparatuur wordt toegepast, is een aardlekbeveiliging niet noodzakelijk. Veelal is dit niet het geval, zodat al snel wordt overgegaan tot het toepassen van aardlekbeveiligingen. Dit wordt juist bij laboratoriumtafels en zuurkasten gedaan. Beter is om onafhankelijk van de klasse van de apparatuur aardlekbeveiligingen toe te passen. Het toepassen van aardlekbeveiligingen is veelal afhankelijk van de ruimte en of toepassing (laboratoria e.d.). Indien aardlekschakelaars zijn toegepast, zoals in de genoemde ruimten, wordt niet verder gekeken naar welke klasse (beschermingsgraad) de apparatuur heeft. De garantie kan niet worden gegeven dat alleen klasse II wordt toegepast. Met name de aansluitleiding van de apparatuur kan beschadigen en zodoende kan een foutstroom gaan vloeien waardoor de aardlekschakelaar uit zal schakelen. De fabrikanten en leveranciers van laboratoria tafels hebben hierop al ingespeeld en de meeste tafels zijn al voorzien van aardlekbeveiligingen.


Vraag:

Moet een wandcontactdoos voor algemeen gebruik achter een bar van een bioscoop zijn beveiligd door een 30 mA aardlekschakelaar? En in dezelfde situatie voor een koffiezetapparaat of magnetron of koelkast?

 

Antwoord:

Zie de gebruiksfunctie (bijeenkomstfunctie in dit geval) van blad 34 NPR 5310. De ruimte achter de bar heeft geen bijeenkomstfunctie. Verder is er ook geen sprake van een vochtige ruimte e.d. Beveiliging door een aardlekschakelaar is dan ook niet voorgeschreven, maar het mag natuurlijk wel altijd.


Vraag:

Voor een jeugdgevangenis moeten wij de elektrotechnische installatie installeren. Bij de wasserij van de leefgroep (per cellenblok van 24 cellen) moeten wij driefase wandcontactdozen en eenfase wandcontactdozen ten behoeve van wasmachines en wasdrogers monteren. Moeten deze contactdozen achter een aardlekschakelaar?

 

Antwoord:

In bepaling 8.413 is vermeld dat eindgroepen met een overstroombeveiliging van ten hoogste 25 A waarvan wandcontactdozen deel uitmaken, moeten zijn beveiligd door een aardlekschakelaar met een nominale aanspreekstroom van ten hoogste 30 mA als deze wandcontactdozen zijn aangebracht in ruimten waar sprake is van de volgende gebruiksfuncties of subgebruiksfuncties: 1. woonfunctie; 2. logiesfunctie; 3. celfunctie; 4. onderwijsfunctie voor basisonderwijs; 5. onderwijsfunctie voor speciaal onderwijs; 6. bijeenkomstfunctie. In uw situatie dient u ervan uit te gaan dat het een woonfunctie betreft en dat de wandcontactdozen achter een aardlekschakelaar van 30 mA dienen te worden geplaatst.


Vraag:

In onze installaties hebben we nogal wat dompelpompen zitten. Die waren vroeger via klemmenkastjes aangesloten, maar tegenwoordig via stopcontacten. Dat is gedaan met het oog op een paar voordelen:

Maar nu staat NEN 1010 dat een dergelijke wandcontactdoos achter een aardlekschakelaar moet zijn aangesloten. In onze situatie lijkt me dat niet nodig. Er kan geen andere apparatuur op de wandcontactdoos worden aangesloten, omdat we een ander klokgetal van de CEE-form-contactdoos gebruiken. Andere stekers passen er dus niet in. Graag uw reactie.

 

Antwoord:

Voor uw situatie is eerst van belang of er sprake is van een gewone ruimte of een vochtige ruimte. Is er sprake van een gewone ruimte, dan is een aardlekschakelaar niet nodig. Is het een vochtige ruimte, dan is een aardlekschakelaar volgens de norm wel nodig. Dat is ook een redelijk uitgangspunt, want de kans op elektrokutie is in een vochtige ruimte hoger, dus zijn aanvullende maatregelen nodig. Bij een verbinding via een wandcontactdoos wordt meegewogen dat de kwaliteit van de contacten in het algemeen minder is dan bij een permanente aansluiting. De fasecontacten maken in het algemeen wel een goed contact, want bij een enigszins verhoogde overgangsweerstand ontstaat een hot spot die soms zelfs zorgt voor het vastlassen van de contacten. Voor het beschermingscontact (‘aardcontact’) geldt dat niet.
Om het risico te beperken voor de persoon die de pomp omhoog haalt, is het alleszins zinnig om een aardlekschakelaar toe te voegen. Wat het is een reële mogelijkheid (al meerdere malen gebeurd) dat door een isolatiedefect een contact van de magneetschakelaar blijft plakken. Bij uitschakeling van de andere twee contacten, zal de motor niet draaien. Maar door het ene vastgebrande contact en het isolatiedefect staat het motorhuis wel onder spanning. En juist dat is een vochtige ruimte extreem gevaarlijk. Dus wat let u om aardlekschakelaars te plaatsen? Voor de kosten hoeft u het niet te laten.


Vraag:

Is het toepassen van aardlekschakelaars in een bakkerij verplicht? De klant heeft nu een oude verdeelkast met een 500 mA ALS, die regelmatig uitspringt door de som van de lekstromen van de bakkerij-machines.
Bepaling(en):

 

Antwoord:

Het toepassen van aardlekschakelaars is onder bijzondere omstandigheden verplicht, bijvoorbeeld ruimten met brandgevaar, vochtige ruimten stoffige ruimten e.d. Voor bakkerijen bestaat deze bepaling niet, tenzij de bakkerij is ingedeeld als één van de bovengenoemde ruimten (hetgeen ons sterk lijkt). Daarnaast komt het in bepaalde delen van ons land voor dat het aardingscircuit onvoldoende laag is zodat op grond hiervan de gehele installatie door middel van een aardlekbeveiliging van 300 mA (voorheen 500 mA) moet worden beveiligd. Dit komt voor in TT-Stelsels met zanderige gronden (Veluwe en omgeving). Bij grotere installaties wordt zodoende veelal overgegaan op een ander stroomstelsel bijvoorbeeld TN-Stelsel. Indien men van stroomstelsel wil veranderen zal overleg met het energieleverend bedrijf plaats moeten vinden. Indien een aardlekschakelaar van 0,5 A regelmatig uitschakelt kan men ervan uitgaan dat wel degelijk iets mis is in de installatie of de aangesloten machines. Vele isolatiefouten zijn de oorzaak van brand. Afhankelijk van de overgangsweerstand zal een behoorlijke hoeveelheid warmte worden ontwikkeld (P = I2.R). Ons advies is dan ook in de gehele installatie de isolatieweerstand te meten.


Vraag:

Is het toepassen van aardlekschakelaars in een bakkerij verplicht? De klant heeft nu een oude verdeelkast met een 500 mA ALS, die regelmatig uitspringt door de som van de lekstromen van de bakkerij-machines.
Bepaling(en):

 

Antwoord:

Het toepassen van aardlekschakelaars is onder bijzondere omstandigheden verplicht, bijvoorbeeld ruimten met brandgevaar, vochtige ruimten stoffige ruimten e.d. Voor bakkerijen bestaat deze bepaling niet, tenzij de bakkerij is ingedeeld als één van de bovengenoemde ruimten (hetgeen ons sterk lijkt). Daarnaast komt het in bepaalde delen van ons land voor dat het aardingscircuit onvoldoende laag is zodat op grond hiervan de gehele installatie door middel van een aardlekbeveiliging van 300 mA (voorheen 500 mA) moet worden beveiligd. Dit komt voor in TT-Stelsels met zanderige gronden (Veluwe en omgeving). Bij grotere installaties wordt zodoende veelal overgegaan op een ander stroomstelsel bijvoorbeeld TN-Stelsel. Indien men van stroomstelsel wil veranderen zal overleg met het energieleverend bedrijf plaats moeten vinden. Indien een aardlekschakelaar van 0,5 A regelmatig uitschakelt kan men ervan uitgaan dat wel degelijk iets mis is in de installatie of de aangesloten machines. Vele isolatiefouten zijn de oorzaak van brand. Afhankelijk van de overgangsweerstand zal een behoorlijke hoeveelheid warmte worden ontwikkeld (P = I2.R). Ons advies is dan ook in de gehele installatie de isolatieweerstand te meten.


Vraag:

Wij zijn bezig met een apotheek. Die bestaat uit een winkelgedeelte en werkruimten. Moeten hier aardlekschakelaars worden toegepast?
Bepaling(en):

 

Antwoord:

Voor een winkelfunctie hoeft geen 30 mA ALS te worden toegepast. Hetzelfde geldt voor gezondheidszorgfuncties, zoals apotheken, artsenpraktijken, tandartsen, enz.. Zie Blad 34 van NPR 5310. Is er daarentegen sprake van een vochtige ruimte, waardoor gedurende langere tijd condensvorming op een of meer oppervlakken mogelijk is, dan moet wel 30 mA ALS worden toegepast. Zie de bepalingen 8.413.1.1.1.1 en 8.413.1.1.1.2.


Vraag:

Deze vraag gaat over de voedingskabel van een onderverdeelkast in een woning. De onderverdeelkast is voorzien van 30 mA aardlekschakelaars voor de beveiliging van de eindgroepen. Moet de voedingskabel (van hoofdverdeler naar onderverdeelkast) ook worden beveiligd door een aardlekschakelaar of is beveiliging door een installatieautomaat voldoende?
Bepaling(en):

 

Antwoord:

Als de verspreidingsweerstand voldoende laag is om de installatieautomaat uit te laten schakelen, dan is een extra aardlekschakelaar niet nodig. Bij een B-automaat is dan wel een circuitweerstand nodig van 40/In. Als de circuitweerstand te hoog is, dan moet een selectieve aardlekschakelaar met een aanspreekstroom van 0,3 A worden toegepast.


Vraag:

Wij zijn bezig met de aanleg van een installatie in een kantoorpand. Moeten de algemene wandcontactdozen achter een aardlekautomaat of een installatieautomaat? Idem voor de verlichting onder een betonnen plafond die is aangesloten op een wandcontactdoos achter een kabel.
Bepaling(en): 8.413.1.1.1.1

 

Antwoord:

De wandcontactdozen hoeven niet door een aardlekschakelaar te worden beveiligd. Dit geldt ook voor de verlichting. Kantoorgebouwen behoren tot de bouwwerken die zijn uitgezonderd van de hoofdbepaling van 8.413.1.1.1.1 (eis van 30 mA aardlekschakelaar). Bij een horecafunctie in een kantoorgebouw, bijvoorbeeld een bedrijfsrestaurant, moeten overigens de wandcontactdozem wel weer zijn beveiligd door een 30 mA aardlekschakelaar.


Vraag:

Een driefasen 25 A machine is geplaatst in een natte ruimte met ook enkele eenfase wcd's. Moet deze machine achter een 30 mA aardlekschakelaar of mag deze machine ook achter een 500 mA aardlek aangesloten worden. Zo ja, hoe zit het met de wcd's? Aangezien er in de machine een aantal servoregelaars zetten klapt een 30 mA ALS er regelmatig uit bij het inschakelen. Als wij de 230 volt wandcontactdozen van een andere groep betrekken, mag er dan wel een 300 mA ALS geplaatst worden? En mag de machine dan nog steeds gestekkerd worden of moet die dan voorzien zijn van een vaste aansluiting?
Bepaling(en): 8.413.1.1.1.1

 

Antwoord:

Volgens bepaling 8.413.1.1.1.1 moeten eindgroepen met een overstroombeveiliging van ten hoogste 25 A waarvan wandcontactdozen deel uitmaken, worden beveiligd door een 30 mA aardlekschakelaar. Hieraan hoeft niet te worden voldaan in o.a. winkelgebouwen, fabriekshallen en kantoorgebouwen. Wandcontactdozen in bedrijfsruimten behoeven in het algemeen niet achter een 30 mA aardlekschakelaar te zijn aangesloten, eenfase uitvoeringen overigens ook niet. In bijzondere situaties, bijvoorbeeld ruimten met vocht, kan dit wel het geval zijn. Als de door u genoemde "natte ruimte" inderdaad een vochtige ruimte is, dan is tot en met 63 A voor de wandcontactdoos een 30 mA aardlekschakelaar voorgeschreven. (Bij een grotere nominale waarde 300 mA) Wij raden u in dit geval aan de 500 mA aardlekschakelaar te vervangen door een 30 mA ALS. Als dit problemen geeft met de machine kan deze eventueel vast worden aangesloten. Dan is geen aardlekbeveiliging nodig (wellicht wel 300 mA aan te bevelen).
Op een 30 mA ALS mogen maar vier eindgroepen zijn aangesloten. Sinds de NEN 1010 van september 2003 is ook een separate hoofdschakelaar nodig. De 300 mA ALS is voorgeschreven waar in de vierde druk van de NEN 1010 de 0,5 A ALS vereist was. Achter een 300 mA ALS is het maximum aantal groepen vier voor verlichting, dus meer voor andere doeleinden.


Vraag:

Ik zie in de praktijk dat wandcontactdozen op laboratoriumtafels aangesloten zijn via aardlekschakelaars. Is dit voorschrift, of een wens van de gebruiker? Indien dit volgens de norm nodig is, kunt u dan aangeven waar dit staat?
Bepaling(en): 8.413.1.1.1.1

 

Antwoord:

Volgens bepaling 8.413.1.1.1.1 moeten eindgroepen met een overstroombeveiliging van ten hoogste 25 A waarvan contactdozen deel uitmaken, worden beveiligd met een 30 mA aardlekschakelaar. Hieraan hoeft niet te worden voldaan in al die gevallen die niet in de genoemde bepaling staan, te weten o.a. winkelgebouwen, kantoren, kantines, laboratoria, scholen, enz. Dit neemt niet weg dat het toepassen van aardlekschakelaars in die omstandigheden die u aangeeft, een verhoogde veiligheid geeft, vooral als er soms van vochtige omstandigheden sprake is. In die zin is het dus wel aan te raden. Maar formeel hoeft het dus niet.


Vraag:

Moeten wandcontactdozen in de showroom van een bouwstoffengroothandel wel of niet achter een aardlekschakelaar worden geïnstalleerd? Geldt dit ook voor wandcontactdozen in de receptiebalie?
Bepaling(en): 8.720.1.2

 

Antwoord:

In een tentoonstellingsruimte moeten wandcontactdozen inderdaad achter een 30 mA aardlekschakelaar worden aangesloten (zie bepaling 8.413.1.1.1.1 NEN 1010). Voor de receptiebalie hoeft dit niet, want deze valt namelijk niet onder het tentoonstellingsgedeelte.


Vraag:

Voor het installeren van een snackbar en lunchroom stuiten wij op de vraag wanneer nu wel of geen aardlekschakelaar te gebruiken. Wij zien bij bestaande installaties dat dit door de verschillende installateurs verschillend wordt uitgevoerd. De snackbar is voorzien van een bakwand met bakplaten frituur e.d., een verkoopbalie en een wachtruimte. Daarnaast is er een afwasruimte met vaatwasser en spoelbak, een toiletruimte en een koel- en vriescel. In de tweede situatie gaat het om een lunchroom met zitplaatsen, een toilet voor het publiek, een spoelkeuken en een verkoopbalie. Welke delen van de installatie dienen beveiligd te worden door een aardlekschakelaar? Dienen de vriescel /koelcel /luchtbehandeling en afzuiging e.d. ook achter de aardlekschakelaar te staan?

 

Antwoord:

Wandcontactdozen in horeca-ruimten bedoeld voor publiek (zoals lunchroom met zitplaatsen) moeten zijn beveiligd door een 30 mA aardlekschakelaar. Dit geldt ook voor wandcontactdozen in vochtige ruimten. Deze moeten tot en met een nominale waarde van 63 A worden beveiligd door een 30 mA aardlekschakelaar. Dit geldt niet voor vast aangesloten apparatuur zoals waarschijnlijk de koelcel is aangesloten. Deze informatie is terug te vinden in NEN 1010 bij beschermingsmaatregelen, aardlekbeveiliging en bij bijzondere ruimten, vochtige ruimten.


Vraag:

Moeten in een ondergrondse parkeergarage de wandcontactdozen achter een aardlekschakelaar?
Bepaling(en): 8.720.1.2

 

Antwoord:

Deze wandcontactdozen hoeven niet achter een aardlekschakelaar. Zie ook bepaling 8.413.1.1.1.1 van de NEN 1010. Hierin worden situaties weergegeven, waar een 30 mA aardlekschakelaar wordt verplicht.


Vraag:

Moet de installatie in de bedrijfskeuken van een verzorgingstehuis aangesloten worden op een aardlekschakelaar van 30 mA? Dus ook de kookplaten en bedrijfsafwasmachine? Volgens mij niet, maar volgens de Arbodienst wel.
Bepaling(en): 8.720.1.2

 

Antwoord:

Om de vraag te kunnen beantwoorden moet eerst worden bepaald of de ruimte, in dit geval de bedrijfskeuken, een gewone ruimte is en of deze ruimte zich bevindt in een al dan niet tot bewoning bestemd gebouw. Door mij wordt verondersteld dat er in de bedrijfskeuken voldoende luchtverversing aanwezig is, zodat de bepalingen van rubriek 754, ‘vochtige ruimten en ruimten met bijtende gassen, dampen of stoffen’, niet van toepassing is waardoor de ruimte een gewone ruimte is. Volgens deel 0 van de NEN 1010, bijlage C, ‘Indeling van bouwwerken', is een verzorgingstehuis een tot bewoning bestemd gebouw. Verder ga ik er van uit dat de installatie bestaat uit: - verlichtingstoestellen - wandcontactdozen - eventueel vast aangesloten toestellen In bepaling 8.413.1.1.1 is geregeld dat eindgroepen met een overstroombeveiliging van ten hoogste 25 A waarvan wandcontactdozen deel uitmalen, moeten zijn beveiligd door een aardlekschakelaar met een nominale aanspreekstroom van ten hoogste 30 mA. Dit geldt niet voor eindgroepen uitsluitend bestemd voor de voeding van vast aangebrachte verlichtingstoestellen in niet tot bewoning bestemde gebouwen, die met behulp van wandcontactdozen zijn aangesloten. Omdat de ruimte (bedrijfskeuken) een gewone ruimte is die zich bevindt in een tot woning bestemd gebouw, moeten op grond van de bepaling 720.1.1, in aanvulling op het bepaalde in 413.1.1.1 en 8.413.1.1.1.1 eindgroepen die uitsluitend zijn bestemd voor de voeding van verlichtingstoestellen ook zijn beveiligd door een aardlekschakelaar met een nominale aanspreekstroom van ten hoogste 30 mA. Om dezelfde reden (een gewone ruimte in een tot bewoning bestemd gebouw) kan geen beroep worden gedaan op de bepaling 720.1.1 en moeten eindgroepen met een overstroombeveiliging van ten hoogste 25 A waarvan contactdozen deel uitmaken, ook zijn beveiligd door een aardlekschakelaar met een nominale aanspreekstroom van ten hoogste 30 mA. Eventuele eindgroepen voor de voeding van vast aangesloten toestellen, geen verlichtingstoestellen zijnde, hoeven niet door een aardlekschakelaar met een nominale aanspreekstroom van ten hoogste 30 mA te worden beveiligd. Samenvatting: In een verzorgingstehuis moeten in een bedrijfskeuken, waarin voldoende luchtverversing is, de wandcontactdozen en de verlichtingstoestellen worden beveiligd door een aardlekschakelaar met een nominale stroom van ten hoogste 30 mA. Vast aangesloten toestellen, geen verlichtingstoestellen zijnde, hoeven niet te worden beveiligd door een aardlekschakelaar met een nominale aanspreekstroom van ten hoogste 30 mA. (Met dank aan de heer J. van der Meer, Van der Meer Advies Opleiding & Installatie, die ons deze uitgebreide toelichting op dit onderwerp toestuurde.)


Vraag:

Moet een wasautomaat altijd achter een 30 mA aardlekschakelaar?
Bepaling(en): 8.413.1.1.1 .1

 

Antwoord:

Nee, niet als het toestel vast is aangesloten, dus via een trekschakelaar. Verder in alle andere gevallen wel. Deze uitzondering bestaat omdat vast aangesloten toestellen minder kwetsbaar zijn. Er bestaat een kleinere kans op beschadiging.


Vraag:

In welke bepaling is te vinden dat een wasmachine voor vaste aansluiting niet achter een aardlekschakelaar hoeft?
Bepaling(en): 8.413.1.1.1.1

 

Antwoord:

De eis in bepaling 8.413.1.1.1.1 is dat wandcontactdozen beveiligd moeten worden door een 30 mA aardlekschakelaar (voor eindgroepen met een overstroombeveiliging tot en met 25 A). Dit betekent dus dat geen beveiliging vereist is bij vaste aansluiting. De gedachte hierachter is dat er met de aansluiting van een vast aangesloten toestel niet zo snel iets mis zal gaan.


Vraag:

In de NEN 1010 vierde druk was het alleen nodig om twee aardlekschakelaars in woningen te plaatsen als de aardweerstand niet toereikend was. Gaat deze regel veranderen of blijft dit hetzelfde, dus bij een goede aarding volstaat één aardlekschakelaar?
Bepaling(en): 8.413.1.1.1.1 en 8.531.2.101

 

Antwoord:

Dit is veranderd. Bijna alles in een woonhuis moet nu achter een 30 mA aardlekschakelaar, verder mogen niet meer dan vier eindgroepen achter een 30 mA aardlekschakelaar. Ook mag een installatie met meer dan twee eindgroepen niet door één aardlekschakelaar worden beveiligd.


Vraag:

In hoeverre moet een uitbreiding voldoen aan de nieuwste normen? In de bestaande installatie zijn de 'droge groepen' achter een aardlekschakelaar van 30 mA geplaatst en de 'natte groepen' zijn niet achter een 30 mA aardlekschakelaar geplaatst. Dit conform de voorgaande norm NEN 1010 4e druk. Nu wordt de installatie uitgebreid met een extra groep voor een wasautomaat, aangesloten via een randaarde wandcontactdoos (de oude wa-groep wordt nu voor de droger gebruikt). Volgens de huidige NEN 1010 5e druk moeten wandcontactdozen t/m 25 A achter een aardlekschakelaar van ten hoogste 30 mA worden aangesloten (bepaling 8.413.1.1.1.1). Moet de nieuw aangelegde wasautomaat groep achter een aardlekschakelaar of aardlekautomaat van 30 mA? Zo ja, wat doe je dan met de overige natte groepen?
Bepaling(en): 8.413.1.1.1.1 en 8.531.2.101

 

Antwoord:

De bestaande installatie moet voldoen aan de eisen ten tijde van de bouw. Als aan deze installatie niets is gebeurd, zijn aanpassingen dus niet nodig. Uitbreidingen moeten voldoen aan de laatste stand van zaken. De nieuwe groep voor de wasmachine moet (bij toepassing van een wandcontactdoos) dus zijn beveiligd met een 30 mA aardlekschakelaar.


Vraag:

Moet een wasmachine altijd achter een aardlekschakelaar, ook bij slechte aarde? Moeten de verlichtingsgroepen over twee aardlekschakelaars worden verdeeld?
Bepaling(en): 8.413.1.1.1 en 8.531.2.101

 

Antwoord:

De wasmachine moet achter een 30 mA aardlekschakelaar als deze via een wandcontactdoos is aangesloten. Bij vaste aansluiting en een slechte aardingsvoorziening kan eventueel gewerkt worden met een 300 mA aardlekschakelaar.
De groep met de wasmachine mag achter dezelfde aardlekschakelaar als een deel van de verlichting. Tot en met acht eindgroepen kan worden volstaan met twee aardlekschakelaars van 30 mA.


Vraag:

We leggen een groep aan voor een vast aangesloten wasmachine. Is het correct dat deze groep zonder aardlekschakelaar mag worden uitgevoerd? Mogen we alle overige groepen in de woning achter een aardlekschakelaar 30 mA aansluiten?
Bepaling(en): 8.413.1.1.1 en 8.531.2.102

 

Antwoord:

Op beide vragen luidt het antwoord ‘ja’, met de aantekening dat niet meer dan vier groepen achter de 30 mA aardlekschakelaar mogen worden geschakeld. Ook is het i.v.m. het houden van enige verlichting te adviseren om twee aardlekschakelaars toe te passen.


Vraag:

Geldt het maximum van vier groepen per aardlekschakelaar ook bij een driefase aardlekschakelaar?
Bepaling(en): 8.531.2.102

 

Antwoord:

Ja, er wordt in bovengenoemde bepaling geen onderscheid gemaakt in eenfase of driefasen aardlekschakelaars.


Vraag:

Moeten alle aparte groepen (onder andere voor wasautomaat etc.) worden beveiligd met een aardlekschakelaar 30 mA?
Bepaling(en): 8.413.1.1.1.1

 

Antwoord:

Alle wandcontactdoos-groepen en verlichtingsgroepen moeten zijn aangesloten achter een 30 mA aardlekschakelaar, met uitzondering van verlichtingsgroepen in verkeersruimten (zie rubriek720). Ook ‘aparte’ groepen voor bijvoorbeeld elektrisch fornuis of wasmachine moeten achter de aardlekschakelaar, tenzij het toestel vast is aangesloten.


Vraag:

Als ik in een woninginstallatie de verlichting van de verkeersruimten (geen wandcontactdozen) op een aparte eindgroep aansluit, kan ik dan de normaal vereiste tweede aardlekschakelaar laten vervallen? Er is sprake van niet meer dan vier eindgroepen.
Bepaling(en): 8.413.1.1.1.1.

 

Antwoord:

In principe kan een installatie tot vier eindgroepen worden aangesloten achter een 30 mA aardlekschakelaar, als een deel van deze installatie hierdoor niet wordt (en hoeft te worden) beveiligd. De verlichting in verkeersruimten is hiervoor een goed voorbeeld. Een ander voorbeeld is de vast aangesloten wasmachine.


Vraag:

Ik heb een vraag over bepaling 8.531.2 waarin staat dat installaties met meer dan twee eindgroepen niet door één 30 mA aardlekschakelaar mogen worden uitgeschakeld. Ik ben van plan in een woning drie groepen achter één 30 mA aardlekschakelaar te schakelen. De verlichting van de entree en de overloop komen op een aparte groep, los van de aardlekschakelaar. Ook de groep voor de vast aangesloten wasmachine blijft buiten de aardlekschakelaar. Voldoet dit?
Bepaling(en): 8.413.1.1.1.1 en 8.531.2.102

 

Antwoord:

Dit kan, maar wel dient nu te worden gezorgd voor een lage waarde van de aardverspreidingsweerstand van de aardelektrode van1 à 1,5 ohm (bij een TT-stelsel). Dit is een nadeel van deze oplossing. Achter de aardlekschakelaar mogen maximaal vier eindgroepen worden aangesloten.


Vraag:

Volgens artikel 8.531.2 mogen installaties met meer dan twee eindgroepen niet door één aardlekschakelaar van 30 mA in hun geheel worden uitgeschakeld. Indien in een groepenkast met vijf groepen drie groepen staan geschakeld achter een aardlekschakelaar en één of twee groepen beschikken over directe veiligheidsaarding, kan dan met één aardlekschakelaar worden volstaan?
Bepaling(en): 8.531.2

 

Antwoord:

Als de installatie niet in zijn geheel door een aardlekschakelaar behoeft te worden beveiligd, dan kan in de door u geschetste opzet (drie groepen achter aardlekschakelaar en twee groepen met directe aardingsvoorziening) inderdaad worden volstaan met één aardlekschakelaar. Deze aardlekschakelaar schakelt namelijk maar een deel van de installatie uit. Als de gehele installatie door een aardlekschakelaar moet worden beveiligd met een aanspreekstroom van 30 mA dan is een verdeling over tenminste twee aardlekschakelaars vereist.


Vraag:

Wij hebben te maken met de vernieuwing van een hoofdverdeling voor 125 A. Aangesloten wordt: 3 x 3 groepen 16 A achter driefase aardlekschakelaar 3 x 63 A. Mag dat zonder voorzekeren van aardlekschakelaar?
Bepaling(en):

 

Antwoord:

In principe moet de aardlekschakelaar worden voorbeveiligd met een 63 A beveiliging. Overbelasting kan nu niet optreden, maar wellicht wel na uitbreidingen e.d.


Vraag:

Wij hebben een krachtwandcontactdoos aangesloten op een eindgroep met een nominale stroom van meer dan 25 A. Is een aardlekschakelaar nodig?
Bepaling(en):

 

Antwoord:

Dit is afhankelijk van de vraag of er sprake is van een bijzondere situatie. Normaal gesproken dus niet. Een bijzondere situatie kan bijvoorbeeld een wandcontactdoos buiten zijn.


Vraag:

Eindgroepen tot 25 A moeten zijn geschakeld achter een aardlekschakelaar. Geldt dit ook voor krachtstroom? Zo nee, hoe ziet ’t dan met combiboxen voor sterkstroom en eenfase?
Bepaling(en): 8.413.1.1.1.1

 

Antwoord:

Wandcontactdozen op eindgroepen t/m 25 A behoeven in veel situaties ook niet achter een 30 mA aardlekschakelaar te worden aangesloten. Zie de uitzonderingen in bepaling 720.1.2. Als het wel zou moeten, dan moet dit voor zowel drie- als eenfase wandcontactdozen en dan kan de gehele combi worden beveiligd.


Vraag:

Moeten we ook wandcontactdozen voor koeltoestellen over een aardlekschakelaar schakelen?
Moeten hooggemonteerde wandcontactdozen, bijvoorbeeld op stalen zuilen, ook over een aardlekschakelaar worden geschakeld?
Hoeveel eindgroepen mogen maximaal over één aardlekschakelaar worden geschakeld in een winkelinstallatie, waar dus sprake is van gescheiden licht- en krachtgroepen?
Bepaling(en): 8.413.1.1.1. 1, 8.510.209.

 

Antwoord:

  1. Volgens bepaling 8.413.1.1.1.1 moeten eindgroepen met een overstroombeveiliging van ten hoogste 25 A waarvan contactdozen deel uitmaken, worden beveiligd door een 30 mA aardlekschakelaar. Hieraan hoeft niet te worden voldaan in o.a. winkelgebouwen.
  2. De contactdozen in winkelgebouwen moeten uiteraard zijn voorzien van beschermingsleiding, maar behoeven niet te worden beveiligd door een aardlekschakelaar.
  3. Voor het aantal eindgroepen met verlichting achter een aardlekschakelaar kan worden verwezen naar bepaling 8.510.209. Hier wordt een maximum genoemd van vier eindgroepen. Als echter twee aardlekschakelaars worden toegepast waar de verlichting over is verdeeld dan kan het aantal eindgroepen worden uitgebreid (let op: voor de 30 mA aardlekschakelaar blijft een maximum van vier eindgroepen).

Vraag:

Mijn leverancier van schakel- en verdeelinrichtingen beweert dat niet alle groepen achter één aardlekschakelaar mogen worden geschakeld, althans zolang het over lichtgroepen gaat. In deel 4 van NEN 1010 vijfde druk zou dat staan. Klopt dit?
Bepaling(en): 8.531.2.101, 8.531.2.102, 8.510.209

 

Antwoord:

Een installatie met meer dan twee eindgroepen mag niet door één aardlekschakelaar met een aanspreekstroom van 30 mA worden beveiligd (bepaling 8.531.2.101). Verder mogen er niet meer dan vier eindgroepen achter één aardlekschakelaar van 30 mA worden aangesloten (bepaling 8.531.2.102). Verder mogen er niet meer dan vier eindgroepen voor verlichting op één aardlekschakelaar worden aangesloten (dus ongeacht de nominale aanspreekstroom). Dit is afgezien van een aantal uitzonderingen vermeld in bepaling 8.510.209.


Vraag:

Watertappunten voor woonschepen moeten tegen bevriezing worden beschermd. Hiervoor wordt verwarmingslint gebruikt, dat wordt aangebracht tegen de bovenste meter waterleiding. Dit deel wordt beveiligd met een 16 A smeltpatroon. Onder welke delen van NEN 1010 valt dit en moet een aardlekschakelaar van 30 mA worden toegepast?
Bepaling(en):

 

Antwoord:

Als wandcontactdozen buiten worden toegepast, dan is de toepassing van een 30 mA aardlekschakelaar nodig. Bij een vaste aansluiting zou kunnen worden gekeken naar ‘vergelijkbare’ systemen, zoals bijvoorbeeld een installatie voor grond, wegdek- en vloerverwarming. Deze installaties moeten worden aangesloten achter een 300 mA aardlekschakelaar.


Vraag:

Bij welgestelde particulieren of bij maneges wordt wel eens een paardenmolen aangelegd, dit is een carroussel waarin paarden lopen. We maken gebruik van een frequentieregelaar voor het laten draaien van de paardenmolen. De regelaar zit meestal in een aparte kast, die wordt gevoed vanuit een nabij gebouw, meestal een stal of een woonhuis. Onze vraag is: moet de voedingskabel zijn beveiligd door een aardlekschakelaar 30 of 300 mA? In de praktijk leidt toepassing van 30 mA vaak tot onnodige uitschakeling.
Bepaling(en): 8.413.1.1.1.1.

 

Antwoord:

Bij toepassing van wandcontactdozen is een aardlekschakelaar van 30 mA verplicht. Bij vaste aansluiting niet. In de geschetste situatie is een vaste aansluiting dus aan te bevelen.


Vraag:

In een woninginstallatie pas ik twaalf groepen toe, geschakeld achter drie aardlekschakelaars. Moet ik wel of niet een hoofdschakelaar toepassen?
Bepaling(en): 8.462.104, 8.462.105

 

Antwoord:

Een hoofdschakelaar is vereist.


Vraag:

Moet elke eindgroep een eigen aardlekautomaat hebben?
Bepaling(en): n.v.t.

 

Antwoord:

Nee, dit is niet verplicht, er worden wel eisen gesteld aan het maximum aantal eindgroepen (vier) per aardlekschakelaar om ongewenst uitschakelen te voorkomen.


Vraag:

Is het toegestaan om de aansluiting voor de wasmachine (indien aardlek vereist) achter de aardlekschakelaar te plaatsen van de normale installatie, waarbij uiteraard niet meer dan vier groepen achter de aardlek worden geplaatst?
Bepaling(en): 8.531.2.101

 

Antwoord:

Ja, waarbij wel opgemerkt moet worden dat één aardlekschakelaar van 30 mA niet de gehele installatie mag afschakelen, tenzij het een kleine installatie met maar twee eindgroepen betreft.


Vraag:

Wij zijn gevraagd offerte uit te brengen voor een basisschool. Moeten er voor alle ruimten aardlekschakelaars worden toegepast? Ook bij eventuele bedrijfsruimten?
Bepaling(en): 8.413.1.1.1.1.

 

Antwoord:

Voor alle eindgroepen t/m 25 A in basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs moet een 30 mA aardlekschakelaar worden toegepast. Dit geldt voor alle ruimten van de school. Het gaat met name om die lokalen waar de kinderen aanwezig zijn, zoals aula, leslokaal e.d.


Vraag:

Ik heb een vraag over de pantry van een praktijklokaal in een middelbare school. Moet er een aardlekschakelaar worden toegepast voor de wandcontactdozen in de pantry? Ze worden gebruikt voor een boiler, wasmachine, wasdroger, vaatwasser en koffieapparaat.
Bepaling(en): 8.413.1.1.1.1.

 

Antwoord:

De door u bedoelde wandcontactdozen hoeven niet achter een aardlekschakelaar te worden aangesloten. Uiteraard moeten ze wel zijn voorzien van een beschermingscontact en een goede aardingsvoorziening. De reden waarom geen aardlekschakelaar nodig is, is gelegen in het feit dat een middelbare school niet behoort tot de scholen waar dit wel nodig is zoals de basisschool of de scholen voor speciaal onderwijs.


Vraag:

Moet een driefasen machine in een werkplaats ook achter een 30 mA aardlekschakelaar (tot en met 25 A)? Indien dit zo is, mag je dan meer machines achter één aardlekschakelaar schakelen?
Bepaling(en): 8.413.1.1.1.1

 

Antwoord:

Wandcontactdozen in bedrijfsruimten behoeven in het algemeen niet achter een 30 mA aardlekschakelaar te zijn aangesloten, eenfase uitvoeringen overigens ook niet. In bijzondere situaties, bijvoorbeeld ruimten met vocht, kan dit wel het geval zijn.


Vraag:

Wat is precies een type B aardlekschakelaar?
Bepaling(en): n.v.t.

 

Antwoord:

Deze type-aanduiding heeft betrekking op de foutstroom die op een goede manier kan worden gedetecteerd. Hierbij zijn er de volgende aanduidingen :
AC = alleen geschikt voor wisselvormige foutstromen.
A = Ook geschikt voor pulserende foutstromen.
B = ook geschikt voor gelijkstromen.


Vraag:

Is het toegestaan dat in een woninginstallatie meer dan twee schakelhandelingen nodig zijn om alles af te schakelen?
Bepaling(en): 8.462.105

 

Antwoord:

In principe mogen niet meer dan twee schakelaars worden toegepast. Alleen als in verband met het waarborgen van de verlichting een verdere onderverdeling achter de aardlekschakelaar nodig is, dan kan tot januari 2005 drie schakelaars worden toegestaan. Bij ten hoogste zes eindgroepen in een tweegeleiderinstallatie is een hoofdschakelaar overigens niet nodig. Bij NEN 1010, deel 4 van 2003 is het zo geregeld dat wel elke installatie moet zijn voorzien van één hoofdschakelaar.


Vraag:

Dient een bestaande woonhuisinstallatie met twee groepen te worden voorzien van twee aardlekschakelaars?
Bepaling(en): 8.531.2.101

 

Antwoord:

Nee, de nieuwste NEN 1010 geldt alleen voor nieuwe installaties en dus niet voor bestaande installaties. Daarnaast mogen installaties tot en met twee eindgroepen door één aardlekschakelaar van 30 mA worden beveiligd.


Vraag:

De installatie in een hotel dateert uit de tijd dat er geen aardlek- en aardingsinstallatie was verplicht. In de kamers van dit hotel wil men het aantal wandcontactdozen uitbreiden en wel met een Engelse, een Amerikaanse en een Nederlandse wandcontactdoos. Wat is het gevolg voor de bestaande installatie? Moet deze geheel worden aangepast? Moeten we alles achter een aardlekschakelaar plaatsen en moet alles geaard worden?
Bepaling(en): 413.1.1.1

 

Antwoord:

De nieuwe NEN 1010 geldt niet voor bestaande installaties, ook niet als een extra wandcontactdoos wordt geplaatst. Het verdient wel aanbeveling om de wandcontactdozen in de kamers te beveiligen met een 30 mA aardlekschakelaar. Daarnaast is het verstandig om alles zoveel mogelijk met beschermingsleiding uit te voeren.


Vraag:

Moeten stalen bureaus met een viervoudige wandcontactdoos aan bepaalde voorschriften voldoen?
Bepaling(en): 413.1.1.1 en 8.413.1.1.1.1.

 

Antwoord:

Neen, wandcontactdozen in deze toepassing moeten gewoon zijn voorzien van beschermingsleiding en afhankelijk van hun toepassing wellicht zijn beveiligd door een 30 mA aardlekschakelaar.


Vraag:

Wat is een bankgebouw en waar ligt de scheiding kantoorpand en winkelpand, bijvoorbeeld kantoor met kashandelingen in een winkelcentrum of winkelstraat? Dit slaat op bepaling 8.413.1.1.1.1, waarin staat dat in onder andere winkelpanden geen aardlekschakelaar toegepast hoeft te worden. Geldt deze bepaling ook voor assurantiekantoren, hypotheekwinkels, makelaarskantoren/winkels e.d.?
Bepaling(en): 8.413.1.1.1.1.

 

Antwoord:

Deze scheiding is niet zo relevant want in beide installaties hoeven wandcontactdozen niet door een 30 mA aardlekschakelaar te worden beveiligd. Zie hiervoor de opsomming in genoemde bepaling waar de eis van 30 mA aardlekschakelaar van toepassing wordt verklaard.


Vraag:

In bepaling 8.510.209 wordt gezegd dat niet meer dan vier eindgroepen op één aardlekschakelaar mogen worden aangesloten tenzij de eindgroepen over meer dan één aardlekschakelaar worden verdeeld. Nu is mijn vraag hoeveel eindgroepen er in dat laatste geval maximaal achter één aardlekschakelaar mogen worden geschakeld. Moet hiervoor gekeken worden naar de maximaal gelijktijdig lopende stroom? Bijvoorbeeld 40 A voor een reguliere aardlekschakelaar. Dan zijn er toch nog andere mogelijkheden zoals aardlekschakelaars van bijvoorbeeld 63 A en 125 A?
Bepaling(en): 8.510.209 en 8.531.2.102

 

Antwoord:

De belasting is dan inderdaad bepalend, tenzij er sprake is van een 30 mA aardlekschakelaar. Hiervoor geldt altijd een maximum van vier eindgroepen.


Vraag:

Moet de verlichting in een woonhuis over twee aardlekschakelaars verdeeld worden en geldt bij de keuken een bijzonderheid?
Bepaling(en):

 

Antwoord:

Bij een defect in de installatie moet er nog verlichting over zijn, dus is verdeling over twee aardlekschakelaars zinvol. Hierbij dienen alle aansluitpunten voor verlichting geplaatst te worden achter een aardlekschakelaar (30 mA), (uitgezonderd verlichting in hal gang of overloop, deze verlichting mag er overigens wel achter zitten). Ook alle wandcontactdozen moeten achter een 30 mA aardlekschakelaar worden geplaatst en voor de keuken geldt dat niet alle wandcontactdozen op dezelfde groep mogen worden aangesloten.


Vraag:

Is te zeggen hoe de groepen in een woning het beste achter twee aardlekschakelaars kunnen worden verdeeld? Met name de aparte groepen voor oven, wasdroger, vaatwasser etc. Mogen ze tezamen achter één aardlekschakelaar of kunnen ze beter worden verdeeld?
Bepaling(en): 8.531.2.102

 

Antwoord:

Het verdient in de praktijk de voorkeur om alle soorten apparatuur (verlichting en andere toestellen) te verdelen over de verschillende aardlekschakelaars. Hierdoor wordt ook de lekstroom die op kan treden redelijkerwijs verdeeld over de twee aardlekschakelaars.


Vraag:

In een woning zitten tien eindgroepen. Moet ik hier drie aardlekschakelaars toepassen? Hoe sluit ik het handigst de toestellen voor vaste aansluiting aan? Met een werkschakelaar? En indien drie aardlekschakelaars nodig zijn, is dan ook een hoofdschakelaar verplicht?
Bepaling(en):

 

Antwoord:

Voor een 30 mA aardlekschakelaar geldt een maximum van vier eindgroepen. Bij twee aardlekschakelaars dus maximaal acht eindgroepen. Voor twee eindgroepen moet dan een toestel vast worden aangesloten, uiteraard met schakelaar.
Als de verlichting bij meer dan vier eindgroepen verdeeld moet worden over twee aardlekschakelaars, kunnen drie aardlekschakelaars als hoofdschakelaar dienst doen. De beste oplossing is dan drie aardlekschakelaars met een nominale aanspreekstroom van 30 mA. Hiervoor moet dan volgens de NEN 1010 van oktober 2003 een hoofdschakelaar worden geplaatst.


Vraag:

Welke ruimten in een cultureel centrum moeten achter een aardlekschakelaar? Te denken valt in dit verband bijvoorbeeld aan de bar, keuken en de ontmoetingsruimte.
Bepaling(en): 8.413.1.1.1.1.

 

Antwoord:

Gekeken moet worden in welke soort ‘ruimten’ een aardlekbeveiliging moet worden toegepast. In horecagebouwen moet bijvoorbeeld een aardlekschakelaar worden toegepast. Dit geldt dan bijvoorbeeld ook voor de ruimte met horecafunctie in een cultureel centrum.


Vraag:

Wij gaan de installatie van een agrarisch bedrijf renoveren. Momenteel bestaat de installatie uit zeven lichtgroepen en vijf krachtgroepen. Er zijn nu twee aardlekschakelaars van 500 mA. Nu willen wij de aansluiting uitbreiden naar drie keer 50 A en beveiligen met nieuwe aardlekschakelaars. Moeten dit 30 of 300 mA aardlekschakelaars zijn? En hoeveel? En moet er een hoofdschakelaar worden geplaatst?
Bepaling(en): rubriek 705

 

Antwoord:

De aardlekschakelaars kunnen vervangen worden door 30 mA aardlekschakelaars (bepaling 705.2.2.1). Op een 30 mA aardlekschakelaar mogen maar vier eindgroepen worden aangesloten. Drie aardlekschakelaars zijn dan nodig. Deze kunnen sinds de wijzigingen van september 2003 niet meer als hoofdschakelaar dienst doen. Een separate hoofdschakelaar is nu nodig.


Vraag:

Aparte groepen zoals wasmachine, droger, oven, kookplaat in de woningbouw, moeten deze achter een aardlekschakelaar komen? Zo ja, moet dan elke groep een aparte aardlekschakelaar of mogen verschillende toestellen met een aparte groep ook achter één aardlekschakelaar, bijvoorbeeld vier groepen met één aardlekschakelaar zoals het ook bij de verlichting gebeurt?
Bepaling(en): 8.531.2.102

 

Antwoord:

Aparte groepen zoals wasmachine en dergelijk moeten achter een aardlekschakelaar als ze op een wandcontactdoos worden aangesloten. Ze hoeven niet achter een aardlekschakelaar als ze vast zijn aangesloten. Er mogen maximaal vier verschillende groepen achter 1 aardlekschakelaar, zie bepaling 8.531.2.102: ‘Op één aardlekschakelaar met een nominale aanspreekstroom van ten hoogste 30 mA mogen ten hoogste vier eindgroepen zijn aangesloten, waarbij de som van de toegelaten aardlekstromen van alle aangesloten toestellen ten hoogste 10 mA mag bedragen’.


Vraag:

Moet een wasautomaat altijd achter een 30 mA aardlekschakelaar? Als een wasmachine niet is geschakeld achter een 30 mA ALS, moet ik in dat geval rekening houden met de aardverspreidingsweerstand van de aardelektrode?

 

Antwoord:

Bij vaste aansluiting hoeft de wasmachine niet achter een aardlekschakelaar. In dat geval moet de aardverspreidingsweerstand wel voldoende laag zijn. Bij toepassing van een 16 A smeltpatroon moet de circuitweerstand 30/16 is 1,87 ohm zijn. Dat betekent een aardverspreidingsweerstand van ongeveer 1,4 ohm (aannemende dat de weerstand van de beschermingsleiding, RB (bedrijfsaarde) en ZL (impedantie fasegeleider) samen 0,47 ohm is)


Vraag:

Moeten kantoren, bedrijfsgebouwen, scholen e.d. ook zijn voorzien zijn van een aardlekschakelaar?
Bepaling(en): 8.413.1.1.1.1.

 

Antwoord:

Nee, zie bepaling 8.413.1.1.1.1 voor de situaties waarin aardlekbeveiliging niet nodig is. Hierbij worden o.a. kantoren en bedrijfsgebouwen niet genoemd.


Vraag:

In welke ruimtes in kantoren en scholen is het verplicht om een eindgroep te beveiligen met een aardlekschakelaar?
Bepaling(en): 8.413.1.1.1.1

 

Antwoord:

In kantoorgebouwen is beveiliging niet verplicht, wel in scholen voor speciaal onderwijs en basisscholen (althans voor die ruimten die als klaslokaal worden gebruikt of voor algemeen gebruik waar kinderen komen). Zie bepaling 8.413.1.1.1.1.


Vraag:

Moet een boiler/wasmachine/wasdroger/vaatwasser c.q. koffieapparaat in de pantry (aangesloten via WCD) bij een praktijklokaal van een middelbare school achter een aardlekschakelaar?
Bepaling(en): 8.413.1.1.1.1

 

Antwoord:

De door u genoemde wandcontactdozen, uiteraard voorzien van beschermingscontact en een goede aardingsvoorziening, hoeven niet achter een aardlekschakelaar te worden aangesloten. Het praktijklokaal van een middelbare school behoort niet tot de scholen waar dit nodig is, zoals basisscholen of scholen voor speciaal onderwijs.


Vraag:

Ik merk dat sommige installateurs door Arbo-diensten gevraagd worden om de wandcontactdozen in kantoren achter 30 mA ALS aan te sluiten. Mogen zij dit verlangen en zo ja, is het terecht dat die installateurs dit zo uitvoeren?

 

Antwoord:

De wens van de Arbo-dienst komt waarschijnlijk voort uit onbekendheid met de norm NEN 1010. Een Arbo-dienst heeft de mogelijkheid om adviezen te geven die verder gaan dan de normen aangeven. De NEN 1010 is tenslotte een minimaal veiligheidsniveau: beter mag altijd! Of het in dit geval voor kantoren echt beter is, valt te betwijfelen. Kantoorapparatuur kan lekstromen geven die bij normaal bedrijf leiden tot uitschakeling van de aardlekschakelaar. Het is handig als de installateur (als vakman op dit gebied) hierin adviseert. Maar als de klant het wil, staat de installateur niets in de weg om de aardlekschakelar aan te brengen. Het is tenslotte niet verboden.
Resumerend geldt hier dat de Arbo-dienst het mag adviseren en de installateur dus ook mag uitvoeren. Want voor de duidelijkheid: het is niet in strijd met NEN 1010, maar meer dan de NEN 1010 als minimum vereist voor kantoren.


Vraag:

Moeten alle wandcontactdozen in kantoren, scholen, gemeentehuizen achter 30 mA?
Bepaling(en): 8.413.1.1.1.1.

 

Antwoord:

In het algemeen geldt dat verschillende niet tot bewoning bestemde gebouwen niet voorzien hoeven te zijn van een 30 mA aardlekschakelaar. Deze uitzonderingen zijn niet opgenomen in bepaling 8.413.1.1.1.1 en betreft o.a. kantoorgebouwen.
Voor scholen is dit wel nodig als het basisscholen of scholen voor speciaal onderwijs betreft.


Vraag:

Wij zitten met de volgende vraag met betrekking tot het aantal eindgroepen achter een aardlekschakelaar. In bepaling 8.413.1.1.1.1 wordt gesteld dat contactdozen achter een aardlekschakelaar 30 mA dienen te worden geplaatst. In bepaling 8.510.209 wordt gesteld dat achter een aardlekschakelaar maximaal vier verlichtingseindgroepen mogen worden aangesloten. Deze bepaling geldt niet indien maatregelen zijn genomen waardoor voldoende verlichting blijft gewaarborgd. Echter wees ons adviesbureau ons op de bepaling 8.531.2.102. Hierin word bepaald dat op een aardlekschakelaar met een aanspreekstroom van ten hoogste 30 mA maximaal vier eindgroepen mogen worden aangesloten.
Onze vraag: wanneer de verlichting gewaarborgd is, hoeveel eindgroepen mogen er dan achter een aardlekschakelaar?
Bepaling(en): 8.413.1.1.1.1, 8.510.209, 8.531.2.102

 

Antwoord:

Achter een 30 mA aardlekschakelaar mogen maar vier eindgroepen worden aangesloten, ongeacht verlichting e.d. Bij andere aardlekschakelaars (bijvoorbeeld 300 mA) is het maximum vier voor verlichting, dus meer voor andere doeleinden. Maar er mogen ook meer dan vier verlichtingsgroepen zijn toegepast, als behoud van de verlichting is gewaarborgd.


Vraag:

Moeten er in een winkelpand aardlekschakelaars worden gebruikt? Zo ja, hoeveel groepen mogen er dan maximaal achter een aardlekschakelaar?
Bepaling(en):

 

Antwoord:

Normaal gesproken niet, tenzij er sprake is van een onvoldoende lage verspreidingsweerstand van de aardingsvoorziening. Er mogen maximaal vier groepen achter een 30 mA aardlekschakelaar, zie bepaling 8.531.2.102. Voor aardlekschakelaars met een hogere nominale stroom geldt een maximum van vier eindgroepen voor verlichting, tenzij de verlichting op een andere wijze is gewaarborgd.


Vraag:

Moeten de wandcontactdozen in een verpleeghuis achter een 30 mA aardlekschakelaar?
Bepaling(en): 8.413.1.1.1.1.

 

Antwoord:

Nee, dit is niet verplicht. Zie ook bepaling 8.413.1.1.1.1


Vraag:

Hoeveel eindgroepen mogen er maximaal achter een driefasen aardlekschakelaar worden geplaatst in een driefase-installatie?
Bepaling(en): 8.531.2.102

 

Antwoord:

Bij een 30 mA aardlekschakelaar geldt een maximum van vier aangesloten eindgroepen (in totaal, dus niet per fase). Verder zijn er geen maximum waarden gegeven. Uiteraard moet de belasting wel worden afgestemd op de nominale aanspreekstroom en nominale stroom van de aardlekschakelaar.


Vraag:

In bepaling 8.531.2.102 staat: ‘Op één aardlekschakelaar met een nominale aanspreekstroom van ten hoogste 30 mA mogen ten hoogste vier eindgroepen zijn aangesloten, waarbij de som van de toegelaten aardlekstromen van alle aangesloten toestellen ten hoogste 10 mA mag bedragen’.
Hoe bepaal ik de toegelaten aardlekstromen van aangesloten toestellen? Bijvoorbeeld van toestellen in woningen zoals wasmachine, droogtrommel, kookplaat, TV-radio en verlichting, maar ook van toestellen in kantoren zoals PC, airco, kopieerapparaat etc. Graag uitvoerige uitleg.
Bepaling(en): 8.531.2.102

 

Antwoord:

Volgens de normen mag apparatuur voor huishoudelijk gebruik geen lekstroom hebben groter dan de waarden aangegeven in tabel 4.1. Voor bestaande apparatuur of voor niet-huishoudelijke toepassingen zal de fabrikant dit moeten aangeven. Er is meetapparatuur in de handel om de lekstroom van een toestel te kunnen bepalen.

Tabel 4.1: de maximaal toegestane lekstroom van een toestel.

Toestelsoort

In

Ilek maximum

Toestellen, via wandcontactdoos
tot en met 32 A


≤1,5 A
> 1,5 A maar < 10 A
> 10 A


0,5 mA
0,35 mA/A
3,5 mA

Toestellen, via wandcontactdoos
groter dan 32 A


≤8,75 A
> 8,75 maar <25 A
> 25 A


3,5 mA
0,4 mA/A
10 mA

Vast aangesloten

≤8,75 A
> 8,75 A maar < 25 A
> 25 A

3,5 mA
0,4 mA/A
10 mA


Vraag:

We hebben een groepenkast met negen groepen, vijf groepen voor apparaten en vier voor licht. Mag ik ook drie dubbelpolige aardlekschakelaars toepassen op een driefasenaansluiting?
Bepaling(en): 510.1

 

Antwoord:

Drie dubbelpolige aardlekschakelaars gebruiken op een driefasenaansluiting is niet juist.
Materieel moet overeenkomstig zijn bestemming zijn toegepast.


Vraag:

Hoeveel wandcontactdozen mogen er maximaal achter één aardlekschakelaar in een bouwkast worden geschakeld?
Bepaling(en): NEN-EN-IEC 60439-4

 

Antwoord:

In NEN 1010 wordt hier geen uitspraak over gedaan, wel in NEN-EN-IEC 60439-4. Daar wordt een maximum van zes genoemd.


Vraag:

Veel opdrachtgevers zijn bang de PC achter een 30 mA aardlekschakelaar te schakelen, in verband met mogelijk dataverlies bij uitschakeling van de aardlekschakelaar. Is dit te omzeilen door de PC vast aan te sluiten? (en dus niet achter de aardlekschakelaar?)
Bepaling(en): 8.413.1.1.1.1.

 

Antwoord:

Dit is correct. Bij vaste aansluiting is de toepassing van een 30 mA aardlekschakelaar niet nodig. Bij een goede verdeling van de belasting over meerdere aardlekschakelaars is de kans op onnodige uitschakeling niet zo groot. (overigens zijn er veel situaties waar de toepassing van een 30 mA aardlekschakelaar niet nodig is, zie ook bepaling 8.413.1.1.1.1).


Vraag:

Een bouwkast bestaat nu uit:


Dit alles wordt nu geschakeld d.m.v. één aardlekschakelaar 63 A vierpolig 500 mA. Hoofdzekering toeleveringsbedrijf 3 x 35 A. Mijn vraag is nu aan welke eisen c.q. voorschriften moet deze kast volgens de nieuwe NEN 1010 voldoen?
Bepaling(en): NEN-EN-IEC 60439-4

 

Antwoord:

Eisen die aan de bouwkast worden gesteld staan in de NEN-EN-IEC 60439-4, dit is de norm voor bouwkasten. Alle wandcontactdozen in een bouwkast moeten zijn beveiligd door een 30 mA aardlekschakelaar. Daarnaast stelt de NEN 1010 eisen aan installaties op bouwwerken. De 500 mA aardlekschakelaars die vroeger werden geëist is nu vervangen door een 300 mA aardlekschakelaar. In het blad Stroomlijn (uitgaven maart 1997 en juli 1997) is hierover veel informatie te verkrijgen.


Vraag:

Moeten in keukentjes en dergelijke van utiliteitsgebouwen aardlekschakelaars worden toegepast? Welke bepalingen zijn in het algemeen van belang m.b.t. aardlekschakelaars?
Bepaling(en): 8.413.1.1.1.1

 

Antwoord:

In het algemeen niet. Bestudeer bepaling 8.413.1.1.1.1. Wandcontactdozen in kantoorgebouwen behoeven niet achter een aardlekschakelaar. Wandcontactdozen in horecagebouwen wel. Gekeken moet worden naar de functie van ruimten. Een restaurant in een kantoorgebouw (horecafunctie) moet dus wel zijn voorzien van wandcontactdozen met aardlekbeveiliging.


Vraag:

In een fabriekshal bevindt zich een combinatie van wandcontactdozen, te weten driefase 63 A, driefase 32 A en eenfase 16 A.
Moet hier een aardlekschakelaar toegepast worden en zo ja welke waarde voor welke wandcontactdoos?
Moeten 63 en/of 32 A wandcontactdozen stroomloos vergrendelbaar zijn?
Bepaling(en):

 

Antwoord: 8.413.1.1.1.1

Een fabriekshal valt onder de uitzonderingen van bepaling 8.413.1.1.1.1 en daar hoeft derhalve geen aardlekschakelaar te worden toegepast.
Het stroomloos vergrendelbaar zijn is niet verplicht, maar het is wel aan te raden, teneinde schakelen met de wandcontactdoos te voorkomen.


Vraag:

Wanneer gebruikt men een 300 mA aardlekschakelaar? Is het gebruik van aardlekschakelaars type AC na 15 oktober 1997 echt verplicht of zijn hierop uitzonderingen?
Bepaling(en): 8.531.2.1.4

 

Antwoord:

De 300 mA aardlekschakelaar is voorgeschreven waar in de vierde druk van de NEN 1010 de 0,5 A aardlekschakelaars vereist was. Het gebruik van aardlekschakelaars type AC is na de definitieve invoering van NEN 1010 vijfde druk niet meer toegestaan. Dan moeten aardlekschakelaars type A of type B worden gebruikt.


Vraag:

Een bestaande woning wordt uitgebreid met een elektrische kookplaat op een vierpolige aardlekschakelaar. Mag de tweede aardlekschakelaar een tweepolige zijn? Moet de vierpolige aardlekschakelaar 30 of 300 mA zijn? Wat moet de aardverspreidingsweerstand zijn als je geen 30 mA aardlekschakelaar mag plaatsen?
Bepaling(en): 8.413.1.1.1.1 en 8.411.101

 

Antwoord:

De tweede aardlekschakelaar mag tweepolig zijn. De vierpolige aardlekschakelaar moet 30 mA zijn als de kookplaat op een wandcontactdoos wordt aangesloten. Bij toepassing van 30 mA of 300 mA aardlekschakelaars kan de verspreidingsweerstand 166 ohm zijn.


Vraag:

Is het waar dat in een huisinstallatie met meer dan zes eindgroepen, verdeeld over twee aardlekschakelaars, de hoofdschakelaar mag komen te vervallen?

 

Antwoord:

Dit was zo, maar sinds het van kracht worden van de wijzigingen in september 2003 van de NEN 1010 moet er één hoofdschakelaar worden geplaatst. In deel 5/A3 is het nieuwe hoofdstuk 46 over Scheiden en schakelen opgenomen. In Blad 37 van NPR 5310 van september 2003 valt te lezen dat het nu de hoofdregel is dat elke schakel- en verdeelinrichting in zijn geheel door één lastscheider moet kunnen worden geschakeld en gescheiden. Hierop zijn drie uitzonderingen mogelijk, bij meer dan één voeding, bij het gebruik van preferente eindgroepen en bij gebruik van een speciale groepenkast, die in twee van elkaar geïsoleerde delen is gesplitst.


Vraag:

Uit de vernieuwing van NEN 1010 van eind 2003 is voortgekomen dat altijd een hoofdschakelaar moet worden toegepast. Daarmee is de oude uitzonderingsregel dat slechts één hoofdschakelaar moet worden toegepast als meer dan twee aardlekschakelaars worden gebruikt doorgehaald. Heeft daar NEN 3140 iets mee te maken?

 

Antwoord:

Met de bepaling dat altijd een hoofdschakelaar moet worden toegepast, in elke installatie hoe groot of klein dan ook, is de Nederlandse uitzonderingsbepaling vervallen. Daarmee is een belangrijke stap gezet om nooit onder spanning te werken. Onder spanning werken is altijd verboden volgens de Nederlandse wetgeving. Wel is waar dat in de wet enige uitzonderingen staan waarbij, onder zeer uitvoerige veiligheidsmaatregelen, onder spanning mag worden gewerkt. Bovendien is onder spanning werken altijd veel kostbaarder dan uitschakelen.
Die uitzonderingsbepalingen voor het onder spanning werken zijn zeer zelden van toepassing en komen in de Nederlandse installatiepraktijk niet voor. Indien een elektrotechnisch installateur geconfronteerd wordt met een defecte aardlekschakelaar en in de installatie is geen hoofdschakelaar aanwezig op grond van de Nederlandse uitzonderingsbepaling, is de verleiding groot om die defecte schakelaar dan maar onder spanning te vervangen. Het alternatief is immers dat contact moet worden opgenomen met het nutsbedrijf en op de komst van de storingsmonteur van het nutsbedrijf moet worden gewacht. Dat is vervelend en kost tijd en geld. Onder spanning werken is dan wel zeer verleidelijk ook al staat in de wet dat het niet mag. Dit dilemma is door de verplichting altijd een hoofdschakelaar toe te passen voorbij. Dit lijkt ons een goede zaak.


Vraag:

Moet ik een defecte 500 mA aardlekschakelaar vervangen door een 300 mA-uitvoering? Wat is in het algemeen de toepassing van 300 mA aardlekschakelaars en waar staat dat in de norm?
Bepaling(en): n.v.t.

 

Antwoord:

In de norm wordt nu overal waar in de vierde druk een 0,5A aardlekschakelaar vereist was een 0,3 A aardlekschakelaar voorgeschreven. Een defecte 0,5 A aardlekschakelaar kan dan ook het beste vervangen worden door een 0,3 A aardlekschakelaar.